9 december 2014

Van Rijn tevreden met uitspraak over thuishulp.

POLITIEK

Staatssecretaris Van Rijn ANP
Staatssecretaris Van Rijn van Volksgezondheid is blij met de uitspraak van de rechtbank in Groningen. Die oordeelde dat de gemeente Dantumadeel niet zomaar mag stoppen met het vergoeden van huishoudelijke hulp aan mensen met een beperking of chronische ziekte.

Volgens Van Rijn is die uitspraak in lijn met de bedoeling van de wet. “Daarin staat ook dat gemeenten pas beslissingen kunnen nemen over voorzieningen voor burgers na zorgvuldig onderzoek naar de omstandigheden van burgers”. In de Friese plaats zou dat niet voldoende gebeurd zijn.

De hulp kan wel worden stopgezet, zegt Van Rijn, maar pas nadat is gebleken dat dat kan gezien de omstandigheden.

Gemeenten kunnen pas beslissingen nemen over voorzieningen voor burgers nadat ze zorgvuldig onderzoek hebben gedaan naar de omstandigheden van burgers.

Staatssecretaris Van Rijn

Of de uitspraak gevolgen heeft voor zo’n honderd andere gemeenten die zonder overleg brieven naar mensen met een beperking hebben gestuurd met de met de mededeling dat hun vergoeding stopt, kan Van Rijn niet zeggen. “De ene brief is de andere niet”, zegt de staatssecretaris, “maar voor alle gemeenten geldt: eerst zorgvuldig onderzoek.”

Het staat mensen vrij om naar de rechter te stappen, als ze vinden dat de gemeente niet zorgvuldig heeft gehandeld, zegt Van Rijn.

Brief

De uitspraak volgt op een rechtszaak die werd aangespannen door een bejaard echtpaar. Dat ontving eind september een brief met de mededeling dat de huishoudelijke hulp met 1 januari zou stoppen als de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) van kracht wordt. Het echtpaar vocht dat aan, omdat ze naar eigen zeggen zonder hulp niet zelfstandig kunnen blijven wonen.

In de WMO wordt de verantwoordelijkheid voor het ondersteunen van mensen met een beperking overgeheveld van het Rijk naar de gemeenten. De gemeenten krijgen daarvoor minder geld dan het Rijk altijd beschikbaar had.