Door René Krabbe op 7 augustus 2016

Bestuurlijke toekomst Hoeksche Waard in historisch perspectief. ‘Een vleugje eensgezindheid’.

Tijdens het ‘Onderzoek Bestuurlijke Toekomst Hoeksche Waard (2015)’ is er veelvuldig teruggekeken op de bestuurlijke samenwerking gedurende het afgelopen decennium.
Ook in het daaropvolgende onderzoek van de provincie is hieraan vaak gerefereerd.

 

 

Nu het politieke reces is ingetreden en het tumult naar aanleiding van de bekendmaking van het besluit van Gedeputeerde Staten (gemeentelijke herindeling per 01.01.2020) enigszins is geluwd, duikt er een zeer interessant boekwerkje op uit 1994.

Het is een afscheidsbundel die verscheen naar aanleiding van de opheffing van het Overlegorgaan Hoeksche Waard. Een gremium dat toen 23 jaar (vanaf 1971 !) had gefunctioneerd als overlegorgaan tussen de (aanvankelijk veertien) Hoeksche Waardse gemeenten.
“Vier oud-voorzitters en de voormalige secretaris blikken terug, mild en met gevoelens van sympathie.
Hun gezamenlijke relaas geeft de bestuurlijke veranderingen weer zoals die zich de afgelopen 23 jaar hebben voltrokken. Citaten completeren deze karakterschets van de Hoeksche Waard en zijn bestuurlijke cultuur.”

Deze bundel is een must voor alle politieke bestuurders van vandaag in de Hoeksche Waard.

Mijn oprechte dank gaat uit naar de auteur, journalist Jan Robbemond, die mij een archiefexemplaar ter hand stelde, teneinde het te kunnen digitaliseren.

Een vleugje voorkant

 

Een vleugje achterkant

Klik hier hier voor de gedigitaliseerde versie van deze prachtige bundel.

Met dank aan Wouter Joosten, die mij op het spoor bracht van deze boeiende geschiedschrijving.

René Krabbe

René Krabbe

René is een laatbloeier in de actieve politiek. Tegen het eind van zijn werkzaam leven als architect is hij in 2010 aan de slag gegaan als lid van de commissies ABZ en RBZ in de gemeenteraad van Cromstrijen. Na zijn verhuizing naar Zuid-Beijerland is hij sinds 2014 burgerraadslid en vanaf 10.04.2018 fractievoorzitter in de gemeente Korendijk.

Meer over René Krabbe